Welke versterker moet ik kopen? En hoe bedien ik die?

Voor thuis is een kleine versterker perfect. Probeer zelf in de winkel verschillende uit om te zien wat je mooi vindt klinken en handig vindt werken. Op het podium heb je een versterker met meer vermogen (Watt) nodig. Hoeveel precies? Dat hangt helemaal van de situatie af. Ik speel live meestal met een 500 W versterker maar die gaat zelden voluit. Vroeger wogen basversterkers nog vele tientallen kilo’s, tegenwoordig heb je veel lichtgewicht modellen die ik erg aanraad (met name van het merk MarkBass). Vaak staat er op podia voor beginnende bandjes ook al een basversterker, zodat je als beginnend podiumbeest er niet meteen zelf een voor optredens hoeft te kopen.

Top/Cabinet/Combo. Voor basversterkers is het gebruikelijk dat de verschillende onderdelen onafhankelijk gebouwd en verkocht worden. Je hebt dan de echte versterker (top) en de luidspreker met behuizing (cabinet). Deze sluit je op elkaar aan met een speakerkabel (nooit met een normaal jack-jack snoer!). Welke top en cabinet bij elkaar passen is vaak een erg ingewikkeld technisch verhaal, meestal worden ze wel van een zelfde merk in passende combinaties verkocht. Daar moet je in de winkel maar naar vragen. Als de versterker en speaker samen in één kast zitten noem je dat een combo. Vrijwel alle kleine oefenversterkers worden als combo verkocht.

Wat moet ik met al die knoppen? Helaas zijn ontwerpers van versterkers eigenwijs en zien verschillende versterkers er totaal anders uit. Qua uiterlijk, maar ook wat betreft de bediening. Meestal zit er wel een toonregeling voor lage (bass), hoge (treble) en midden (mid) tonen. Dit noem je ook wel de equalisation (EQ) en deze gebruik je in de eerste plaats om je geluid aan te passen aan de klank van de ruimte (akoestiek) waarin de versterker staat. Maar ook kun je ze gebruiken om het geluid van de bas een beetje te kleuren. De andere knoppen kunnen erg verschillen, het is handig om daarvoor de handleiding te lezen. Lees hieronder wel wat meer over:

Gain/Volume/Master. Volumeknoppen op een versterker kunnen ook een beetje ingewikkeld zijn. Als je alleen een volumeknop hebt is het makkelijk en kun je daarmee gewoon de boel harder en zachter zetten. Als je echter ook een ‘gain’ knop hebt wordt het iets ingewikkelder:

Een basversterker is eigenlijk twee versterkers in één. De zogenaamde voor-versterker (preamp) en de eindtrap (power amp). De voor-versterker maakt het miniscule stroompje dat uit je bas komt een klein beetje harder zodat het geschikt wordt voor om door de versterker gebruikt te worden. Ook kleurt deze de klank een beetje en bevat de voor-versterker meestal de toonregeling (EQ). Het volume van de voor-versterker stel je af met de gain-knop. Meestal zit hier een lampje naast dat gaat branden als je op je bas speelt en de gain te hoog staat. Dat betekent dan dat het signaal te sterk wordt voor de versterker en dat je geluid gaat vervormen. Het beste kun je de gain opendraaien tot de plek net voordat het lampje gaat branden, ook als je de snaren wat harder aanslaat. Als je geen lampje hebt, luister dan of je geen gekraak op geplop hoort als je speelt. Ook een scheurgeluid als van een elektrische gitaar is een indicatie dat de gain te hard staat.

De eindtrap maakt vervolgens de het signaal zo veel sterker dat het een speaker kan aansturen. Daar gebeurt de ‘echte’ versterking. De volume- of master-knop (de naam verschilt per merk) bedient deze versterking. Zet die dus maar niet meteen te ver open! Nadat je de gain hebt afgesteld zoals hier boven beschreven staat zet je met deze knop de versterker hard of zacht.

Hi/Low/Active/Passive input. Op sommige versterkers zitten twee ingangen voor je snoer. Ze zijn per merk verschillend genaamd en vaak op een verwarrende manier. Dit is bedoeld om het verschil in stroomsterkte dat verschillende basgitaren uitsturen te compenseren: De ene ingang heeft van minder ‘gain’ dan de ander. Tegenwoordig is het echter zo dat dit zelden problemen oplevert. Ik probeer altijd welke van de twee het hardste klinkt (minder geluidsverlies) en gebruik die. Alleen als het een beetje vervormt klinkt wissel ik naar de andere. Op sommige versterkers kun je de twee ingangen tegelijk gebruiken wat handig kan zijn als je met een andere bassist samen wil spelen. De een klinkt dan vaak wel een stuk harder dan de ander.

Share your thoughts